woensdag 12 december 2007

Verhaal: Project Nova

Het was een regenachtige dag en de 15 jarige Sofie lag op haar bed haar huiswerk te maken. “Bah! Wiskunde.” Dacht ze bij zichzelf. Haar moeder kwam de kamer binnen en zette wat limonade en koekjes neer op de tafel. “Lukt het?” Vroeg haar moeder vriendelijk.

Wiskunde was niet Sofie’s beste vak, ze vond biologie veel leuker. Ze moest meester Knijpers ook niet, die saaie oude wiskunde leraar legde alles altijd zo langdradig uit.

Sofie sloeg haar schrift en boek dicht, ze had het wel voor gezien, ze zou er vanavond nog wel even aan verder werken. Ze keek uit haar raam en zag dat het minder hard was gaan regenen. Ze liep naar onder toe, deed haar jas aan en pakte een paraplu. “Ik ga naar Margriet toe!” Riep ze naar haar moeder.

Eenmaal buiten viel het haar op dat het best warm was voor het najaar. Sofie hield niet zo van het najaar, het was altijd zo somber. Ze pakte haar fiets en ging ze op weg naar Margriet. Zolang Sofie zich kon herinneren was Margriet al een vriendin van haar. Ze hadden altijd in dezelfde klas gezeten en deden alles samen. Ze was bijna bij Margriet aangekomen toen ze plotseling iets vreemds zag in een klein steegje. Ze stapte van haar fiets af en met zette de fiets neer tegen de muur van het steegje. Voorzichtig liep ze naar het meisje toe. Sofie wilde net vragen wat er aan de hand was toen het meisje haar handen van haar snikkende gezicht af haalde en het hoofd naar Sofie draaide. “Je moet me vinden!” hoorde Sofie in haar hoofd schreeuwen. Plotseling verdween het meisje in een wolk van bloed dat overal tegen de muren en op Sofie spetterde. Schreeuwend en van angst weg rennend verliet Sofie het steegje, maar op straat was het uitgestorven. Ze draaide zich om en keek nog een keer het steegje in en zag toen niets, geen bloed op de muren en zelfs niet op haar kleding. “Heb ik het dan allemaal verbeeld?” Dacht Sofie bij zichzelf.

Geschrokken pakte ze haar fiets en ging ze weer op weg naar Margriet. Plotseling reden er weer auto’s met hun koplampen aan en was er overal weer geluid te horen. Ze moest nog vijf minuten fietsen, dus fietste ze de straat door. Ze sloeg bij de tweede kruising rechtsaf en moest nog twee huizenblokken ver fietsen om bij Margriet te komen. Plotseling was het stil nadat ze had afgeslagen. Geen auto’s en geen mensen, alles straalde een koude leegte uit. De lichten in de huizen waren aan, maar het leek wel alsof er niemand thuis was. Het was gestopt met regenen, maar er waaide nog een koude najaarswind door de straat. Sofie draaide haar fiets om, maar merkte dat achter haar plotseling een grote muur stond waar ze niet langs kon. Ze stapte weer van haar fiets af en liep voorzichtig naar voren. Plotseling verscheen het meisje weer in de verte en liep langzaam naar voren. Vanuit de regenpoelen stegen druppels water op die in de lucht bleven hangen. Sofie keek angstig om haar heen en zag op tien meter afstand een steegje open. Ze stapte op haar fiets en fietste zo hard ze kon door het steegje, tussen de oude dozen en het andere zwerfvuil door. Ze durfde niet achter zich om te kijken, maar voelde dat ze nog steeds gevolgd werd. Na vijf minuten hard fietsen durfde ze eindelijk te stoppen.

Sofie kijkt rond om haar heen en ziet dat ze is beland bij het oude industrieterrein. Sinds de stad een nieuw terrein heeft gekozen zijn veel fabrieken hier gesloten en verhuist naar het andere terrein. Omdat de sloop altijd wat achter lag en het bestemmingsplan van de gemeente nog niet rond was stonden er veel verlaten panden. Sofie wilde hier eigen net zo snel weg en pakte haar fiets weer. Er reden nog wel wat vrachtwagens en auto’s rond ook al was het merendeel van de panden leeg. Sofie merkt plotseling dat het veel donkerder was geworden en keek op haar horloge, het was al half zes!

Snel pakte Sofie haar mobiele telefoon, maar toen ze wilde bellen merkte ze dat ze geen bereik had. Ze hield haar telefoon nog eens wat hoger in de lucht, maar bij het bereik stond nog geen enkel streepje. Sofie ging ervan uit dat het te maken hadden met de fabrieken om haar heen, allemaal die metalen buizen, trappen en kabels stoorde natuurlijk het signaal. Ze zou wel verder fietsen het terrein af en dan belde ze wel even haar ouders op om te vertellen dat ze wat later kwam eten.

Sofie was bijna van het industrieterrein af toen er plotseling bij de kruising van de linker zijweg een vrachtwagen razend snel voorbij reed met de achterzijde in brand. Sofie kon nog net op tijd stoppen. De vrachtwagen reed nog een paar tientallen meters verder voordat deze begon te zwalken, de aanhanger omver kieperde en de vrachtwagen met een harde knal tot stilstand kwam tegen een industrieel pand. Het duurde even voordat Sofie van de schrik was bijgekomen en pas toen viel het haar op dat ze niemand zag toesnellen. “Vreemd” dacht Sofie. Normaal gesproken zouden er nu overal toeschouwers komen. Ze wilde het alarmnummer bellen maar haar telefoon had nog steeds geen bereik. Voorzichtig liep ze naar de vrachtwagen toe, ze kon echter niet controleren of er nog iemand in de vrachtwagen zat. Sofie dacht na over wat ze moest gaan doen. Misschien dat in het industriecomplex nog een telefoon was die ze kon gebruiken. Ze keek rondom zich heen, maar er was niemand te zien. Toen zag ze dat de klap van de vrachtwagen een deur had ontwricht in het complex, met wat moeite wist ze de deur open te forceren. In het bedrijf was het stil, er stonden wat grote machines die leken te zijn gemaakt om conservenblikjes te vullen en dicht te maken. Iets verder door lag een oud kantoortje in de hal. Voorzichtig liep Sofie door naar het kantoor. Ze veegde wat stof weg op een raam en zag een telefoon in het kantoor staan. “Nu maar hopen dat die het doet.” Dacht Sofie. Ze liep naar de deur van het kantoor, de deur zat niet op slot maar zat vast in de deuropening. Sofie zette haar schouder tegen de deur en gaf een fikse duw tegen de deur. De deur gaf niet bij, dus Sofie probeerde het nog een keer. De deur schoot plotseling los en Sofie viel op de stoffige betonnen vloer. Even dacht ze dat ze iets zag verdwijnen vanuit een ooghoek.

Sofie stond op en klopte het stof van haar kleren af. Ze zette een klein bureaulampje aan en pakte de telefoon. “Gelukkig, een kiestoon.” Dacht Sofie bij zichzelf. Het was nog een oude telefoon met een draaiwiel voor de nummers. Snel draaide ze het alarmnummer, de telefoon ging over.

´Tuut…..tuut…tuut…- Hallo met de alarmdienst, hoe kan ik u helpen?”

Sofie wilde net gaan spreken toen plotseling de verbinding werd afgekapt en de bureaulamp uit viel. Nadat de eerste verbazing was weggetrokken bij Sofie hoorde ze een knetterend geluid door de deuropening komen. Aan het einde van een lange donkere gang, net om de hoek zag ze gele en blauwe lichtflitsen. “Geweldig, vast een stoppenkast gesprongen in dit oude complex” Dacht Sofie bij zichzelf. Even dacht ze na, misschien viel de stoppenkast nog wel te repareren, na een ander complex toe lopen kostte haar zeker tien minuten en dan moest ze nog een werkende telefoon zoeken.

Snel liep Sofie door de donkere gang. Ze ging om het hoekje en zag daar de stoppenkast. Hoewel Sofie niets van elektrische apparaten af wist, was wel duidelijk dat deze stoppenkast niet meer te repareren viel. Ze zou terug moeten naar een ander pand om een werkende telefoon te vinden. Ze was net halverwege de duistere gang toen er een enorme explosie was. De vrachtwagen explodeerde, het hele gebouw trilde van de schokgolf en de ruimte voor haar vulde zich met vuur. Sofie werd door de schokgolf naar achteren gegooid. Even lag ze versuft op de grond en toen ze haar ogen open deed zag ze alles wazig. Ze meende even een figuur e zien, maar toen ze met de ogen knipperde en scherper begon te zien was het figuur verdwenen. Voorzichtig stond ze op, de weg naar buiten was geblokkeerd. Rondom haar heen waren geen directe ramen of deuren te zien die naar buiten leidde. Ze keek rondom haar heen. De stoppenkast was gestopt met vonken, maar er was nog steeds een beetje licht. Bij beter rondkijken zaten er hoog tegen de muur achter haar een paar hele kleine stoffige raampjes met ijzerwerk ervoor. Geen uitgang dus, maar genoeg licht voor wat te kunnen zien.

Sofie keek rondom haar heen en zag twee gangen die ze kon nemen. Een leidde rechtdoor voor een meter of 40 en zo te zien lagen er wat oude magazijnen langs. Aan het einde van de gang was een deur die waarschijnlijk naar buiten leidde. De tweede gang leidde langs wat vroeger een kantine leek te zijn geweest, wat kleine kantoortjes en een bergingkast. Aan het einde van deze tweede gang was een deuropening die naar een trappenhal liep. Sofie besloot om langs door de gang langs de magazijnen te lopen.

Het hele complex was gemaakt van beton en het meeste van de opvulling was waarschijnlijk weg gehaald toen het bedrijf weg trok of failliet ging. Sofie zag nog wel wat grote lege kisten staan met het woord ‘Mantagen’ erop wat waarschijnlijk de naam van het bedrijf was. Toen Sofie bij het einde van de gang was probeerde ze de deur te openen, maar de deur bleek op slot te zijn en was te stevig voor haar om open te breken. Tegen de muur zat nog een stoffig evacuatieplan met een kaart. Op de kaart stond een nooddeur in het aangrenzende magazijn. Sofie liep het magazijn in op zoek naar de deur. Wat grote met hout dicht getimmerde ramen in het magazijn lieten wat licht door. Sofie had de nooduitgang gevonden, maar er lag een hoop van kapotte kisten en metalen stellages voor waardoor de nooduitgang niet meer kan worden gebruikt. Nu onder de enige uitgangen onder bleken te zijn geblokkeerd besloot Sofie om naar de bovenverdieping te gaan. Via de andere gang liep ze langs de lege kantine naar en kantoortjes. Net voor de trappenhal was een kleine bergingruimte waar nog van alles lag. Sofie keek erin, schoonmaakspullen, stoflappen, een wap en een zaklamp. Sofie pakte de zaklamp, veegde het stof eraf en probeerde de zaklamp aan te zetten. De zaklamp weigerde eerst, slechts een paar flikkeringen. Sofie sloeg een paar keer met de zaklamp en plotseling ging de zaklamp aan.

Voorzichtig liep Sofie met de zaklamp het trappenhuis in. Door het stofwebben heen liep Sofie de trap omhoog naar de eerste verdieping. De deur lag uit zijn scharnieren en ze duwde de deur open. Op deze bovenruimte lagen voornamelijk kleine ruimte bedoelt voor kantoortje, alle ramen waren dicht gespijkerd. Toen zag ze een vreemde gloed uit een kantoortje komen aan het einde van de gang waar de gang over liep in een open ruimte. Toen ze bij het kantoor in de buurt kwam verdween het licht plotseling. Sofie liep voorzichtig het kantoor binnen en zag niets bijzonders, een oud leeg bureau. Toen ze wat beter keek zag ze wat uit een bureaulade steken. Ze maakte de lade open en zag er een document in liggen, het was een stoffige gele map waarvan gele kaft al verbleekt was. Op de gele map stond groot ‘Vertrouwelijk’, toen Sofie hem open klapte stond er bovenaan op het eerste papier ‘Project Nova’. Ze wilde verder lezen, maar ze hoorde buiten het kantoortje plotseling het geluid van metaal op beton. Ze nam de map mee en keek om de hoek, de open ruimte in en zag een metalen emmer over de grond rollen. Waarschijnlijk een muis dacht ze. Ze keek de open ruimte eens rond, maar zag niets special. Wel zag Sofie een nooddeur, ze liep er naartoe en duwde de deur open. Op het moment dat Sofie de deur dicht gooide hoor de gegiechel, ze draaide zich om, maar de deur was alweer gesloten.

Sofie ging via de lange maten noodtrap naar beneden, en merkte plotseling dat ze nog steeds de map met vertrouwelijke informatie bij zich had. Sofie was natuurlijk wel nieuwsgierig en liep naar haar fiets toe. Sofie pakte haar fiets en wilde wegfietsen maar bleef verbouwereerd staan. De vrachtwagen die ingereden was op het gebouw was compleet verdwenen!

Er was zelfs nog geen spoortje schade te zien aan het gebouw zelf en nergens een tekenen dat er ooit een vrachtwagen was geweest. Sofie wist niet wat er allemaal aan de hand was, maar het document bewees dat ze niet gek was. Ze had het gevoel dat ze op de vooravond was van een hoop bijzondere gebeurtenissen.

maandag 12 november 2007

Een vat olie voor bij de maïs

De olie stijgt naar recordhoogte, ongetwijfeld zullen veel mensen dit reeds hebben opgemerkt. De verwachting is dat binnenkort de magische grens van $100 word bereikt. De hoge inflatie van de dollar maakt het voor de olieboeren over de hele wereld onaantrekkelijk om in de olie te handelen en dat terwijl de bestaande olie steeds moeilijker te bereiken is. Tegelijkertijd kunnen de olieboeren niet overschakelen op de veel sterkere euro. Als dat word gedaan sterft de VS een snelle economische dood en neemt het de rest van de wereld mee in zijn kielzog. Dus daar zitten de olieboeren dan, met hun snel in waarde zakkende dollar, hun snel in waarde stijgende olie. De wereld moet het kopen maar de olieboer word nauwelijks rijker dan ze er al van zijn. Wellicht springt u nu van uw stoel af, biobrandstof, dat is de optie!

Wel, eigenlijk niet. Biobrandstof neemt 80-90% van de ‘schone’ brandstof op in de wereld en vorm 75% van de schone brandstof in Nederland. Het is de ‘groene’ energie waar ze de laatste tijd zoveel reclame voor maken. Maar nu komt het leuke van alles, biobrandstof is helemaal niet zo milieuvriendelijk. De verwerking van biologische grondstoffen zoals suikerriet en maïs worden voornamelijk gedaan in samenwerking met pesticide en vuile brandstoffen zoals olie en steenkool. Het resultaat is dat biobrandstoffen zogenaamd CO2-neutraal zijn. Dit is beter dan de vuile brandstoffen, het houd in dat er net zoveel CO2 word verkomen als gecreëerd tijdens het proces. Dus waarom is het dan niet goed voor ons?

Nou, veel van deze planten zijn ook hoofdverzorgers van onze voedselvoorraad. De mensheid groeit als kool en dit zal niet stoppen. Maar dankzij biobrandstof slinkt de voedselvoorraad. We betalen onze brandstof voor auto’s, mixers en sfeerverlichting met waardevolle brandstof bedoelt voor mensen. We kennen allemaal die foto’s van uitgemergelde kinderen uit Afrika, vaak veroorzaakt door wanbeleid en corruptie in diens landen. Persoonlijk walg ik van dergelijke exploiterende foto’s en als we biobrandstof op de huidige manier blijven toepassen dan zullen we alleen maar meer van dergelijke foto’s krijgen.

Maar er gebeurt tenminste iets Decennia lang reden we op vervuilende brandstof en of dit nu wel of niet voor een mogelijk broeikaseffect zorgen is eigenlijk van ondergeschikt belang. Dat het milieubelastend is eigenlijk al genoeg redenen om te innoveren, sterker nog innoveren is al genoeg redenen om te innoveren als je het mij vraagt. Er zijn zat uitwegen, zonne-energie en windenergie zijn leuke brandstoffen maar zullen slechts een fractie kunnen voorzien naar onze honger voor energie. Kernfusie is leuk, maar vooralsnog toekomstmuziek, zelfs met de nieuw te bouwen kernfusiecentrale in Frankrijk. Waterstof is in opkomst maar ook nog geen echte oplossing. Biobrandstof is mooi, maar tenzij we en manier vinden, via bijvoorbeeld genetische manipulatie, is dit geen echte optie. We kunnen geen mensenlevens inruilen voor luxelevens. We hebben dus nog geen echte oplossing en tot die tijd moeten we dus gewoon een vat olie bij de maïs nemen.

zondag 11 november 2007

Carnaval 2007-2008

Het is weer begonnen.

Vannacht tijdens het uitgaan en dansen sloeg de klok de magische 00:00:01 en was het officieel de 11e van de 11e. Dat betekend dat hier in Limboland weer het Carnaval is begonnen en ik heb er zin in!

Ik moet alleen nog vrij krijgen en zien hoe ik het ga vieren. :P

Dus, zonder al te veel gezever:

ALAAF!!
ALAAF!!
ALAAF!!

dinsdag 2 oktober 2007

Verhaal: Nachtelijke overdenkingen

Het is in het holst van de nacht, iedereen slaapt en in de huizen is het licht uit. Alleen achter een enkel raam brand een kaars. De stilte word doorbroken door het geluid van een schrijvende vulpen. In de duisternis van de nacht overweegt, schrijft en streept een oude man zijn woorden. De inkt wordt niet verspild, geen woord wordt nodeloos geschreven of doorgestreept, geen vel papier word zonder reden gevuld.

Peinzend overweegt de man wat hij verder nog zal schrijven. Hij staart voor zich uit en ziet de sneeuw buiten dwarrelen. De sneeuw valt geruisloos, slechts verlicht door de straatlampen. Er rijden geen auto's, er lopen geen mensen. De wereld slaapt en zou er geen sneeuw vallen zou zij stil lijken te staan.

De man denkt terug aan zijn jeugd, alle goede en slechte momenten. Al dat wat hij graag deed en de zaken waarvan hij spijt heeft ze niet te hebben gedaan. Hij denkt aan de eerste ontmoeting van zijn vrouw, de aankoop van hun eerste huis en de geboorte van hun kinderen. Hij denkt aan hoe zijn kinderen opgroeide en hoe hij stopte met werken. Even is hij bang voor de toekomst en twijfelt hij of hij nog wel dromen durft op te schrijven. Maar dan breekt de nacht, de wereld wordt wakker, de eerste stralen zon laten hun rode gloed zien over de daken. De man legt zijn pen neer, staat op en rekt zich uit. Deze nacht heeft hij niet veel over de toekomst geschreven, maar vandaag wordt er geleefd. Er is altijd een volgende nacht om over de toekomst te schrijven bij het nachtlicht.

Dit verhaal vind zijn inspratie in een lan-party hoe afgezaagd dit ook klinkt. Het was in het holst van de nacht en alles was bedekt onder sneeuw, geen auto te horen. Een herinnering die me tot de dag van vandaag nogsteeds levendig bij blijft.

Gedicht: De ontdekking van de echte waarheid

Een man rent wanhopig over een winkelstraat,
hij kijkt vluchtig om zich heen.
Hij weet zich met zijn kennis geen raad,
en ondanks alle mensen waand hij zich alleen.

Wat hij nu heeft geleerd moet iedereen weten!
Hij heeft ondekt wat de echte waarheid is.

Maar hij kan zijn ontdekking niet zeggen,
want het valt niet uit te leggen.
Het kan niet worden geschreven,
want dat kan geen goed beeld geven.

Hij heeft de ultieme waarheid ontdekt!
Maar het zit opgesloten in zijn geest.

Nu wanhoopt de man voor het leven,
want niemand kan zijn waarheid beleven.
Zijn ontdekking kan hem niet heugen,
want voor hem is al het andere nu een leugen.

Dit gedicht omvat een filosofisch probleem waar ik tijdens het overdenken op stuitte. Volgens wat (amateur) filosofen was het iig een interessante gedachte die erg aangreep. Probeer er maar uit te halen wat de filosofische gedachte erachter is.

Verhaal: Martin Verbeek - Afzender onbekend (Hoofdstuk 1)

Hoofdstuk 1: De Brief

12 Juni 2001, de dag die mijn leven veranderde. Ik herinner het mij nog als was het gisteren. Ik werd wakker, nog half slapend greep ik instinctief naar de afstandsbediening en zette kanaal 2 op de TV.
“Vannacht heeft de politie een inval gedaan bij het postorderbedrijf ‘Melkin en zoon’. Tijdens de inval werd directeur A. Melkin gearresteerd. Tevens werd een grote hoeveelheid cocaine in beslag genomen in een van de warenhuizen.” Zo galmde het door de boxen van mijn televisie. Dat was 6 jaar geleden. Plotseling zat ik zonder baan en zonder inkomen. Een jaar lang solliciteerde ik tevergeefs, nauwelijks een opleiding om van te spreken, te oud voor de doorsnee banen. Ergens tijdens het einde van het eerste jaar van werkloosheid verliet mijn vriendin me voor een ander. Ik kon verkassen naar een klein appartement ergens in een vervallen flat van de jaren zeventig. Mijn vrije tijd vulde ik op met steeds minder sollicitaties, drank, roken en kroegen bezoeken.

Nog in een roes van de kroeg wandel ik enigszins gedesoriënteerd naar de deur van mijn appartement. Nat van de regen duw ik met enige moeite de sleutel in het slot en weet ik de grauwe deur van mijn appartement open te krijgen. Moeizaam loop ik door het kleine halletje van mijn appartement en hang ik mijn grijze overjas aan een haakje aan de muur. Ik loop naar de koelkast en pak een biertje. De post van vanmorgen ligt nog ongeopend op de kamertafel. Ik pak de brieven en ga ze voorzichtig door. “rekening, rekening, aanmaning, u heeft 1 miljoen gewonnen!”. Weer geen echt belangrijk nieuws. Ik besluit de brieven maar op mijn bureau te gooien. Met een te harde worp vliegen de brieven over mijn oude bureau. Aangezien ik toch al genoeg moeite heb met mijn magere uitkering besluit ik de brieven maar meteen te pakken van achter mijn bureau. Het laatste wat ik kan gebruiken zijn nog meer aanmaningen. Ik schuif het bureau naar achteren toe en strek mijn arm uit naar de brieven die zich bevinden in de stofnesten van ettelijke jaren. Tot mijn verbazing liggen er niet vier, maar vijf brieven. Gefocust op de vijfde brief leg ik de overige vier brieven op mijn bureau. Ik plof neer op de bank en bekijk de envelop eens aandachtig. Het wit van de envelop is door de jaren heen beige geworden, het papier ruwer. Op de envelop staat geen afzender en een bijna onleesbaar adres.
In mijn verre geheugen begint mij te dagen dat ik op de laatste dag, toen het bedrijf gesloten werd mijn spullen mee had genomen. Op mijn afdeling maakten we er altijd een hobby van om niet verstuurde brieven alsnog proberen te verzenden of terug te brengen naar de verzenders. Deze envelop behoorde daar ook bij en zat waarschijnlijk in mijn oude werktas destijds.
Voorzichtig open ik de envelop en haal ik de brief eruit. Het is een simpele witte brief beschreven met zwarte inkt in een mooi handschrift. Zonder echte aanleiding besluit ik de brief te lezen;

Beste Annemarie,

Hoe gaat het met je?
Met ons gaat het goed. We hebben een geweldige tijd hier aan de zee. Kleine John heeft net leren lopen en staat constant met open mond te kijken naar de zee.
Het weer is schitterend, alleen maar zon en een licht zeebriesje. Over zes dagen komen we weer naar huis. Mark en ik nemen de kinderen nog mee naar Middelburg.

Als we terug komen van de vakantie zullen we je alle foto’s laten zien. Dat zal vast je vast en zeker helpen op te beuren na al die ellende.

Met vriendelijke Groet,

Marieke en Mark Koninkx en de kinderen.

“Leuke brief”. Ik loop naar het raam van mijn appartement op de zevende verdieping. Het is zeven uur ’s avonds en de lucht was gevuld met donkere wolken, het regende zacht. Ik besluit de brief op tafel te leggen en even naar de locale snackbar te lopen.

Met mijn nog steeds natte overjas loop ik door de straat naar de snackbar. Het is minder hard gaan regenen, de straten zijn wat rustiger geworden. Het gele bord van de snackbar steekt in schril contrast af met de duistere sfeer die deze herfstavond met zich mee droeg. Zoals te verwachten viel is het niet druk in de snackbar. “Jopie, doe mij een bakkie friet met mayo en een frikadel! Doe er ook maar een biertje bij!”
Rustig zet ik me neer aan een wandtafel. “Zes jaar geleden alweer.” denk ik. De tijd is snel gegaan. Ik werkte iedere dag als koerier bij Melkin en zoon. Het leven was goed. Mijn vriendin Marloes en ik hadden net een nieuw huis gekocht en we waren van plan te gaan trouwen. Op het werk kon ik het altijd goed vinden met mijn collega’s. Nu was iedereen zijn eigen weg gegaan en de meeste collega’s wilden mij niet meer kennen. “Die schooier” denk ik over mijzelf. Na al die jaren laat het me allemaal nog niet los, de brief die ik had gevonden bewees dat wel.

- “Martin! Martin jongen, je bent nogal afwezig vandaag. Zit je wat dwars soms?”
De ruwe stem van Jopie rukte me uit mijn sombere gedachtegang. Ik kende Jopie al een lange tijd en ik herinnerde me hem altijd als een ietwat gezette frietboer. Altijd direct maar met het beste voor, maar zijn friet zou soms wat beter kunnen.

“Ach Jopie, je kent me toch.”
- “Weer aan het denken aan dat oude leventje van je? Dat krijg je echt niet terug op die manier, Martin.”
Ik slaak een lichte zucht;
“Je zult wel gelijk hebben Jopie. Ik vond vandaag een oude brief van mijn werk bij Melkin. Eentje zonder duidelijke afzender en een onleesbare bestemming.”
- “Weet je wat jij zou moeten doen, je zou er eens op uit moeten, Martin! Die brief is perfect daarvoor!”
“Hoe bedoel je Jopie?”
- “Geef nou toe Martin, het is niet alsof je wat te doen hebt. Je zit al jaren in hetzelfde ritme. Het wordt tijd dat jij er eens opuit gaat! Die brief kan je daarbij helpen. De mensen waar de brief voor bestemd is willen hem vast ontvangen.”

Even verwerp ik het idee. Op zoek gaan naar wildvreemden voor zomaar een brief. Maar Jopie heeft wel gelijk, ik volgde al jaren lang hetzelfde ritme volgen. Door de stad slenteren, de kroeg in, sollicitatiebrieven schrijven, nog een keer de kroeg in, avondeten bij de chinees of snackbar, een filmpje kijken en dan weer hetzelfde doen de dag erop.

“Je hebt gelijk Jopie!” Ik geef hem tien euro, sta op en loop de deur uit.
“Laat het wisselgeld maar zitten!” Schreeuw ik Jopie na.

Het is gestopt met regenen en de regenwolken zijn aan het breken. De donkerblauwe nazomer avondlucht valt te zien achter de wolken. Ik loop terug naar mijn flat en besluit de trap te nemen in plaats van de lift. Eenmaal boven gekomen ben ik echter moe en mijn knieën voelen zeer aan, misschien ben ik toch wat te enthousiast. Moeizaam plof ik met de brief in mijn handen op de bank. Ik haat de stilte in mijn kamer dus zet ik de televisie aan op een willekeurige zender.
Ik kijk naar de brief; “Niet veel om mee te werken” Maar er waren wel twee volledige namen; Marieke en Mark Koninkx. Dat moet genoeg zijn om mee te werken. Maar voor vanavond was het wel welletjes geweest. Ik besluit de rest van de avond te kijken naar de zoveelste herhaling van Die Hard 2.

Wederom een verhaal van de dag en deze keer een stuk langer verhaal. Het is het eerste hoofdstuk van een mysterie. Het bevat nog wat kleine schoonheidsfoutjes in het plot maar is naar mijn mening aardig gelukt. Hoofdstuk 2 zit al een tijdje in de oven omdat ik het hoofdstuk niet doodsaai wil maken voor de lezer.

Verhaal: Magie - Aarde

Het is al wat later in de ochtend als een al wat oudere en gezette man bij het uiteinde van een rotsachtige vallei komt. Hij loopt langzaam naar de wand toe op zijn oude sandalen en in zijn versleten kleding. Zijn groene broek en vest steken af bij zijn huid die zo bruin is als de aarde zelf. Rondom hem is het uiteinde van de vallei als een tientallen meters hoge stenen muur die minstens een paar honderd meter dik is.
Voorzichtig strijkt de man met zijn dikke vingers over de rotswand op zoek naar een zwak punt. Zachtjes en onverstaanbaar mompelt hij tegen zichzelf. Dan gaat hij snel terug met zijn vingers over een bepaalde plek op de rotswand en wrijft er voorzichtig een paar keer overheen. Instemmend knikt hij en legt zijn beide handen vlak op de plek. Hij verheft zijn stem en buldert de woorden “Silex Quasso”.

Terwijl de woorden nog echoën tussen de rotsen begint de grond hevig te beven. Het oorverdovende geknars van rotsen vervult de omgeving en de rotswand begint langzaam te splijten. Eerst een paar kleine scheuren op de plek waarde man zijn handen had gelegd, en dan steeds meer. Ze verspreiden zijn naar de boven en onderkant van de rotswand en drijven uiteindelijk de hele rotswand uit elkaar. Na een paar minuten houd het oorverdovende geluid op en als het stof en de rook zijn opgetrokken is er een passage zichtbaar geworden tussen de hoge rotswanden. Aan het einde van deze nieuwe weg schijnt fel het zonlicht. De man kijkt tevreden, maar net als hij wilt beginnen te lopen hoort hij in de verte het geluid van rotsen die tegen elkaar wrijven. Een enorm silhouet blokkeert opeens het zonlicht. Dan begint de silhouet te lopen, iedere stap gaat gepaard met een enorme dreun en het losraken van zand en steentjes in de rotswanden. Stap na stap komt het gestalte dichterbij en als hij dichtbij genoeg is kan de man herkennen wat het is, een rotsgolem.
Het stenen monster is kolossaal en in zijn grijze rotsen staan eeuwen oude runen gegraveerd die rood opgloeien. De golem pakt een zwaar rotsblok op en tilt hem met twee handen boven zijn hoofd. Met schijnbaar het grootste gemak gooit hij het rotsblok naar de man toe die nog net met al zijn kracht het pad kan van de steen kan veranderen. Uit evenwicht gebracht valt de man op de grond, maar tijd om te rusten heeft hij niet. Opnieuw pakt de golem een rotsblok op, maar net als hij het boven zijn hoofd heeft legt de man zijn handen vlak op de grond en mompelt wat woorden. Alles begint te beven, de golem raakt uit evenwicht en het rotsblok valt bovenop hem. Dan storten de rotswanden in en bedelven de golem onder tientallen meters gesteente.

Het wordt stil in de vallei en als het stof is opgetrokken slaakt de man een diepe zucht en schud zijn hoofd langzaam heen en weer. Achteraf had hij beter een andere route kunnen nemen, want het pad voor hem is weer geblokkeerd geraakt met tientallen meters rotsen.

Vervolg op Lucht, maar helaas mist het aan impact imo.